| Enterohemorragische Escheria Coli of EHEC |
|
|
|
I. Enterohemorragische Escherichia coli A. E. coli is een veel voorkomende gramnegatieve bacil en is onderdeel van de normale darmflora van gezonde mensen. B. Er zijn meerdere variaties van de in de meeste gevallen ongevaarlijke bacterie Escherichia coli, die gevonden wordt in de darm van mens en dier. Deze bacterie kan leiden tot diarree en afhankelijk van hun eigenschappen behoren ze tot één van de vier volgende groepen: 1. EPEC (enteropathogene E. coli) 2. EIEC (enteroinvasieve E. coli) 3. ETEC (enterotoxigene E. coli) 4. EHEC (enterohemorragishe E. coli) C. Enterohemorragische Escherichia coli (EHEC) bacteriën hebben verschillende kenmerken die hun pathogene potentie verhogen. Ten eerste hebben zij een speciaal eiwit waardoor zij zich op de epitheelcellen van de darmwand vastzetten. Ten tweede hebben ze een gen voor de productie van een toxine (verotoxine), dat vergelijkbaar is met de neurotoxische en necrotiserende toxine van Shigella dysenteriae. De toxines veroorzaken niet alleen bloederige diarree maar beschadigen ook andere organen, vooral de nieren. Ten slotte produceren EHEC stammen ook een plasmide gecodeerde hemolysine. Dat is een toxine dat bloedcellen vernietigt. II. Infectie De ziekteverwekker en de infectieziekte komen wereldwijd voor. Het belangrijkste reservoir van het pathogeen zijn herkauwers, vooral koeien, maar ook schapen en geiten. De bacterie kan worden opgenomen met voedsel, vooral rauw vlees, rauwe melk, besmet drink- en zwemwater en besmette groenten (recent komkommers). Bovendien is een rechtstreekse besmetting van persoon tot persoon mogelijk. Al zo'n 100 bacteriën kunnen voldoende zijn voor het verwekken van een infectie. III. Epidemiologie Tot voor 2011 betrof meer dan de helft van de gemelde gevallen van besmetting met EHEC kinderen onder de vijf. Sinds mei 2011 is er in Duitsland een verhoogd aantal gevallen van een ernstige EHEC besmetting, en dit vooral bij volwassenen, waarvan de meesten van hen vrouwen. De meest ernstige gevallen vertonen hemolytisch-uremisch syndroom (HUS), waaronder ook enkele sterfgevallen. Momenteel is er een zeer ongebruikelijke accumulatie van besmettingen in een korte periode. IV. Ziekte en complicaties De infectie kan verschillende symptomen geven. De incubatieperiode bedraagt meestal een tot drie dagen, af en toe tot acht dagen. Dan treedt een gastro-enteritis op met ernstige diarree en hevige darmkrampen. Hierbij kan een enterohemorragische ulcerose ontwikkeld worden. De toxines vernietigen de cellen van de darmwand en de vaatwanden. Hemolytisch-uremisch syndroom is de meest ernstige complicatie. Het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) of Gasser syndroom is een zeldzaam syndroom dat vooral bij jonge kinderen en zuigelingen voorkomt. De oorzaak zijn bacteriën die toxines vrijgeven, welke bloedcellen vernietigen en de nierfunctie beschadigen. We spreken van complete enterpathische HUS als alle 3 kenmerken aanwezig zijn: 1) microangiopathische hemolytische anemie (verlies van rode bloedcellen door het beschadigen van kleine bloedvaten) 2) Trombocytopenie (verminderd aantal bloedplaatjes) 3) acuut nierfalen . Indien slechts 2 vd 3 symptomen aanwezig zijn spreken we van onvolledig HUS. V. Preventie Goede handhygiëne, wassen en/of koken van groenten, bakken van vlees zijn de meest voor de hand liggende preventieve maatregelen op dit moment. Voor de landbouw wordt aangeraden groenten die bedoeld zijn voor rauwe consumptie niet te bemesten met natuurlijke meststoffen van runderen en runderen te weren van plekken waar mensen komen baden of zonnebaden. Daarnaast wordt ook aanbevolen om in stallen waar bezoekers zijn toegelaten kranen te voorzien voor handhygiëne. VI. Therapie Het nut van een behandeling met antibiotica wordt in twijfel getrokken vermits er zeer snel resistentie optreedt. Daarnaast zal het doden van de bacteriën met antibiotica het vrijstellen van de toxines verhogen waardoor de ernst van de ziekte kan toenemen. De behandeling is voornamelijk symptomatisch door het verlies van water en elektrolyten aan te vullen dmv aangepaste infuustherapie. Bij twijfel is ziekenhuisopname geïndiceerd gezien ernstige gevallen soms zeer snel kunnen deterioreren. Ziekenhuispatiënten worden best geïsoleerd uit hoofde van algemene hygiënische maatregelen. Bij optreden van Hemolytisch-uremisch syndroom is opname op de dienst intensieve zorgen vereist. Hemodialyse kan nodig zijn.
|