| Triage in oorlogschirurgie |
|
|
|
I. 2004 Irak Karbala als voorbeeld A. 2 maart B. Eerste grote bomaanslag C. Bedden in ER=24 D. Geen plaats voor de kadavers E. Geen communicatie prehospitaal F. Minimaal veiligheidssysteem in ziekenhuizen G. Geen triage of rampenplan H. Liften zijn stuk I. FILM II. Verschillen medisch - ramp A. Medische praktijk: 1 arts 1 patient B. Grote ongevallen: meerdere gewonden 1. Structuren worden maximaal benut C. Ramp 1. Te weinig capaciteit D. Triage 1. Keuzes maken Wie wordt wel en niet behandeld Wie wordt eerst behandeld E. Triagezone 1. Voorbereid zijn voor opvang van groter aantal slachtoffers F. Vooruitgeschoven hulppost 1. Aan de ingang 2. Vooral ook om te ontwapenen 3. Kledij uitdoen 4. Verband op wonden 5. Voordelen Snelle eerste interventie Kalmeert de mensen die toesnellen III. Rampenplanning A. Voor de crisis B. Personeel kent de planning C. Organisatie van 1. Materiaal 2. Ruimten - infrastructuur 3. Bevoorrading D. Training E. Communicatie F. Security G. Teveel aan toesnellende personen 1. Familie 2. Vrienen 3. Geinteresseerden 4. Ook gewapende personen IV. Verschil tussen noden en resources A. Noden 1. Aantal gewonden 2. Aard vd letsels B. Resources 1. Infrastructuur 2. Materiaal 3. Personeel V. Triage team A. Triage team leader 1. Coordinatiefunctie 2. Communicatie met de buitenwereld B. Clinical triage officer 1. Geen behandeling 2. Alleen triage C. Hoofdverpleegkundige: hoofdorganisator D. Nursing groepen E. Follow-up medische groepen VI. Triage = geen democratie A. Tijdens crisis is het dictatorschip B. De triagebeslissingen moeten worden gerespecteerd VII. Triage = dynamisch A. Begint op de plaats van het gebeuren B. Herhaald tijdens de keten van zorgverlening C. Wat zit erin? 1. Basisinformatie 2. Korte beschrijving vd letsels VIII. Schiften en sorteren A. Schiften = volgorde bepalen 1. Groepen Doden Zwaargekwetst Lichtgekwetst B. Sorteren 1. Op basis van Abc levensgevaarlijek condities Anatomische plaats van de letsels ICRC triage voor oorlogsverwondingen Ernstige verwondingen, onmiddellijke ingreep nodig: groep 1 Thoraxdrain Intubatie Cricoitomie Afdrukken van de wonden Massieve hemothorax Ernstige letsels, uitstel mogelijk: T2 Grote groep patienten Orthopedische letsels GCS >8 Lichte letsels: T3 Zeer grote groep Kleinere wonden te hechten onder lokale anesthesie Groep 4 Zeer ernstige verwondingen Kleine kans op overleven Indien ze alleen kwamen, zouden ze maximale zorg krijgen IX. Epidemiologie A. 60-70 %hospitaalzorg B. Van de overlevenden 1. T1: 5-10% 2. T2: 25-30% 3. T3: 60% 4. T4: 5-7% C. Anatomische distributie 1. Hoofd en nek 2. Thorax 3. Abdomen 4. Bovenste ledematen 5. Onderste ledematen X. Samenvatting A. Triage = een systeem B. Doel is beste voor het hoogste aantal patienten C. Best minste chirugie voor beste resultaten D. Er is niet 1 model van rampenplanning 1. Nationale verschillen 2. Regionale of lokale verschillen 3. Ziekenhuisverschillen E. Evaluatie van de hospitaalcapaciteit is essentieel
|