Overslaan en naar de inhoud gaan

Cocculus indicus als homeopathisch middel

Inhoudstafel

Cocculus indicus (= Kokkelstruik)***

 

CHEMISCHE OF WETENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT

Anamirta cocculus (L.) Wight & Arn., synoniem: Menispermum cocculus L.; het werkzame bestanddeel is picrotoxine, een niet-nitrogeneuze bitterstof.

 

 OORSPRONG VAN HET MIDDEL

De plant zelf:

  • Cocculus indicus is een klimplant uit tropisch Azië, vooral India en Indonesië.
  • De plant behoort tot de familie der Menispermaceae (maansaadplanten).
  • Ze groeit in warme, vochtige wouden en langs rivierbeddingen.
  • Het homeopathische middel wordt bereid uit de gedroogde vruchten (bessen).
  • De bessen bevatten picrotoxine, een krachtig zenuwgif dat vissen verlamt.
  • Het zaad werd traditioneel in de visvangst gebruikt om vis te verdoven.

Medicinale toepassingen in fytotherapie of volksgeneeskunde:

  • Het gif picrotoxine werd vroeger ingezet als tegengif bij opiumvergiftiging.
  • In de volksgeneeskunde werd de plant ook voor luisbestrijding (haar en huid) gebruikt.

Homeopathische thema's van de plantenfamilie (Menispermaceae):

  • De familie deelt met verwante families (zoals Berberidaceae en Ranunculaceae) thema's van instabiliteit en controleverlies.
  • Andere middelen uit de familie: Pareiran brava (Chondodendron tomentosum), Curare (Strychnos toxifera, nauw verwant via curarethema's).
  • Gemeenschappelijke thema's: verlamming, incoördinatie, uitputting en verlies van controle over het lichaam.

Positie in het systeem van Michal Yakir:

  • In het schema van Yakir valt Cocculus indicus (Menispermaceae) in de kolom Magnoliidae, onder de orde Ranunculales.
  • De Ranunculales bevinden zich in de vroege, lagere rijen van de Magnoliidae-kolom.
  • Thema's van de Ranunculales volgens Yakir: onstabiel, verward, gebrek aan initiatief; doordrongen, misbruikt; geen ego dat met seksuele energie kan omgaan; schuld en een vuil gevoel; gecontroleerd proberen te controleren; geen controle over seksuele energie; snel geïrriteerd, gevoelig en angstig; ontwikkeling van emoties; zoeken naar een ideale wereld en veiligheid; naïviteit in hoe men juist moet handelen.
  • Plantengroep (familie) in het schema van Yakir: Menispermaceae, geplaatst binnen Ranunculales (Magnoliidae-subklasse).

 

HOMEOPATHISCHE THEMA'S VOLGENS RAJAN SANKARAN

  • Overgevoeligheid en uitputting van het zenuwstelsel zijn het kernthema.
  • Het middel past bij de situatie van iemand die lang heeft gewaakt bij een ziek familielid.
  • Thema: zorgen voor anderen ten koste van zichzelf, tot volledige uitputting.
  • Gevoel van machteloosheid en onvermogen om de situatie te beheersen.
  • De tijd lijkt te snel te gaan; men kan niet bijbenen wat het leven vraagt.
  • Diepe bezorgdheid om de gezondheid van naasten.
  • Introversie als gevolg van uitputting en verdriet.
  • Miasme: Sankaran plaatst Cocculus in het acute miasme (overweldigende toestand die onmiddellijk ingrijpen vereist), maar met duidelijke tyfeuze ondertonen wegens de dufheid, apathie en algehele aftakeling.

 

PSYCHE VAN HET MIDDEL

  • Diep verdriet, stil en introvert van aard.
  • Duf, wezenloos, als in een waas aanwezig.
  • De tijd lijkt sneller te gaan dan men aankan.
  • Bezorgdheid om de gezondheid van naasten én van zichzelf.
  • Vraagt herhaaldelijk om geruststelling na medisch onderzoek.
  • Wordt boos bij tegenspraak, maar uit dit zelden luid.
  • Moeilijk om initiatieven te nemen door mentale moeheid.
  • Extreme gevoeligheid voor sensorische prikkels (geur, geluid).
  • Stemmingswisselingen als gevolg van slaaptekort en uitputting.

 

OBSERVATIES TIJDENS DE CONSULTATIE

  • Afgemat en vermoeid uiterlijk, ziet er ouder uit dan de werkelijke leeftijd.
  • Trage reacties; lange pauzes voor het antwoorden.
  • Zwakke benen; heeft moeite met lang staan.
  • Zichtbare tremoren van de handen of ledematen.
  • Zacht en ingetogen stemgeluid.
  • Weinig oogcontact; blik is wazig of naar binnen gericht.
  • Zit liever dan dat hij staat; heeft neiging om te leunen.
  • Toont weinig spontane emotie; gesloten en teruggetrokken.

 

SPECIFIEKE KENMERKEN BIJ KINDEREN

  • Kinderen na langdurige ziekte van een ouder, met slaapgebrek als gevolg.
  • Bewegingsziek in de auto, bus of boot, met intense misselijkheid.
  • Duizeligheid bij het volgen van bewegende voorwerpen.
  • Zwakheid en coördinatieproblemen na koorts of infectieziekte.
  • Menstruatiepijn bij jonge meisjes die tot uitputting leidt.
  • Angst voor de gezondheid van ouders of broers en zussen.
  • Stille, ingetogen kinderen die weinig klagen maar duidelijk moe zijn.

 

LICHAMELIJKE KLACHTEN EN LOKALE SYMPTOMEN

  • Zenuwstelsel: Incoördinatie, paresthesieën, tremoren, paralyse; meervoudige sclerose (M.S.) en ALS zijn indicaties.
  • Hoofd en duizeligheid (vertigo): Heftige vertigo bij bewegen; misselijkheid bij kijken naar rijdende voertuigen of bewegende voorwerpen; moet gaan liggen bij aanval van duizeligheid; Ménière-syndroom.
  • Hoofd: Migraines met dezelfde modaliteiten als de vertigo; pijn trekt van nek naar occiput of omgekeerd.
  • Maag en darmen: Meteorisme; flatus incarcerata (opgesloten darmgassen met krampen); gevoel alsof de buik vol scherpe stenen zit; nausea bij reizen; zwangerschapsbraken.
  • Vrouwelijke genitalia: Dysmenorroe met flauwvallen; menses verergerd bij staan.
  • Rug en ledematen: Verlamd gevoel in de rug; zwakke knieën; doof gevoel alternerend links en rechts in handen, voeten en voetzolen bij zitten; krakende kniegewrichten.
  • Nek: Zwakte en stijfheid van de nek; het hoofd kan nauwelijks rechtop gehouden worden.
  • Huid en slaap: Extreme vermoeidheid door slaaptekort; slapeloosheid ondanks totale uitputting.
  • Neurologie: Trage prikkelwerking (vergelijk Alumina, Helleborus); neuralgie met collaps.

 

PALLIATIEVE TOEPASSING

  • Cocculus wordt overwogen bij palliatieve patiënten die volledig uitgeput zijn door slaaptekort.
  • Zinvol wanneer de uitputting veroorzaakt wordt door langdurige verzorging van een stervende patiënt.
  • Past bij patiënten met duizeligheid en misselijkheid in het kader van palliatieve sedatie of opioïdgebruik.
  • Nuttig bij reisziekte bij palliatieve patiënten die getransporteerd worden.
  • Ondersteunt patiënten met neurologische achteruitgang en incoördinatie.
  • Geschikt bij stille verdrietreacties bij de naasten van de stervende.

 

MODALITEITEN EN VOEDINGSPATROON

Verlangens:

  • Koude dranken (bier, tonic)
  • Mosterd

Aversies:

  • Zuur
  • Alle voedsel
  • Geur van eten (vergelijk Colchicum)

Beter door (>):

  • Zitten
  • Liggen
  • Bedwarmte

Slechter door (<):

  • Beweging
  • Slaaptekort
  • Koude
  • Gekruide voeding
  • Geur

 

REPERTORISATIETERMINOLOGIE

  1. MIND; ANXIETY; others, for — Geest; angst; anderen, voor
  2. MIND; SADNESS; care, from — Geest; droefheid; zorgen, door
  3. GENERALS; WEAKNESS; loss of sleep, from — Algemeenheden; zwakte; slaapverlies, door
  4. GENERALS; SLEEP; loss of sleep, effects of — Algemeenheden; slaap; slaapverlies, gevolgen van
  5. VERTIGO; MOTION; from — Duizeligheid; beweging; door
  6. VERTIGO; LOOKING; moving objects, at — Duizeligheid; kijken; bewegende voorwerpen, naar
  7. STOMACH; NAUSEA; motion; from — Maag; misselijkheid; beweging; door
  8. FEMALE; MENSES; painful (dysmenorrhoea) — Vrouwelijk; menstruatie; pijnlijk (dysmenorroe)

 

DIFFERENTIAALDIAGNOSE: VERGELIJKBARE MIDDELEN

Gelsemium sempervirens:

  • Kies voor Gelsemium bij uitputting na schrik of anticipatieangst, met tremorend, slap gevoel.
  • Kies niet voor Cocculus wanneer er een duidelijke emotionele trigger (schrik, verwachting) ontbreekt en slaaptekort de oorzaak is.

Nux vomica:

  • Kies voor Nux vomica bij uitputting door overwerk en stimulantia, met grote prikkelbaarheid en hypersensitiviteit.
  • Kies niet voor Cocculus wanneer de patiënt eerder opvliegend en veeleisend is dan stil en teruggetrokken.

Ignatia amara:

  • Kies voor Ignatia bij acuut, uitgesproken verdriet met huilbuien en paradoxale symptomen na een verlies.
  • Kies niet voor Cocculus wanneer de droefheid luid en dramatisch geuit wordt in plaats van stil en wezenloos.

Arsenicum album:

  • Kies voor Arsenicum bij uitputting met grote onrust, angst en kouwelijkheid, waarbij de patiënt voortdurend hulp zoekt.
  • Kies niet voor Cocculus wanneer de angst het hoofdkenmerk is en de patient actief en rusteloos reageert in plaats van passief en duf.

Causticum:

  • Kies voor Causticum bij progressieve verlamming met diepe bezorgdheid om het onrecht in de wereld.
  • Kies niet voor Cocculus wanneer de zorg van de patiënt eerder politiek-maatschappelijk gekleurd is dan gericht op zieke naasten.
 

Voeg een nieuwe reactie toe

Login om te reageren